Reisverhalen over onze ruiterreizen

Polen - Te paard door het Bieszczady Nationaal Park

Dit verhaal beschrijft het avontuur van de ZOC (Zaterdag Ochtend Club)in juni van dit jaar in de Poolse Karpaten. Daar bevindt zich in de uiterste zuidoosthoek het Bieszczady Nationaal Park tegen de grens met Slowakije en de Oekraïne. Sinds 1992 vormt dit park samen met het Oekraïense deel een internationaal Unesco-biosfeerreservaat. Aan Poolse zijde is het maar liefst 108.000 ha. groot. Het is een bergachtig gebied met als hoogste top de Tarnica met een hoogte van 1.346 meter en het minst bewoonde gebied van Polen met maar 5 personen per vierkante kilometer. De schone lucht, de absolute rust, de ongereptheid, de enorme diversiteit en uitgestrektheid, verlenen het park een illustere schoonheid. Lees hoe het ons verging in Bieszczady en beleef het mee.

Vrijdag 6 juni. Eindelijk is het zover. De ZOC-Inter City Expres vertrekt exact om 14.32 uur vanuit station Utrecht via Duisburg en Hanover naar Berlijn. We zijn met zijn achten. Piet, Ben, Mathieu, Frans, Hans Rekers, Hans Rademakers, George, en Sylvi. Het negende ZOC-lid Wolfgang, komt in Hanover aan boord. De reis naar Berlijn waar we om 20.00 uur aankomen, verloopt voortreffelijk in onze nieuwe ruime witte trein. Een half uurtje later echter gaan we letterlijk terug naar een wereld van ver achter in de vorige eeuw. In een Poolse trein die waarschijnlijk al 40 jaar met achterstallig onderhoud deelneemt aan het treinverkeer heeft George couchettes gereserveerd. En net als we ons hebben geïnstalleerd, verschijnt een Pools bruid op leeftijd die grootscheeps inkopen heeft gedaan in Berlijn en eist luidkeels het grootste deel op van de coupé voor haar bagage en zichzelf. Een dreigende ruzie met ons en even later ook met de conducteur, wordt gelukkig tijdig gesmoord omdat we haar helaas nergens anders kwijt kunnen. Ze gaat mokkend in het gangpad zitten want door haar vele koffers en tassen kan ze er echt niet meer bij. De vele borrelzakjes noten en andere versnaperingen die we zelf hebben meegenomen worden genuttigd en terdege begeleid door goede wijn en whiskey, waarna we ons ter ruste begeven om middernacht. De trein ronkebonkt met vele stops, bij elkaar meer dan 17, door naar Krakow (Krakau) in het zuidoosten van Polen.

Krakow. De aankomst in Krakow is 's morgens om 7.15 uur. We hebben er een flinke reis opzitten. George heeft via Internet een Krakowse gids geregeld die ons warempel inderdaad staat op te wachten op dit vroege tijdstip en zich met een enthousiast gezicht voorstelt als Martha. Om in een halve dag 1000 jaar geschiedenis en cultuur in te halen, blijkt geen sinecure maar Martha sleept ons met veel verve door het centrum van de prachtige uit 1250 daterende en deels neo-klassieke stad. De markt in het centrum bestaat uit een imposant plein van 200 bij 200 meter. Daar beklimmen we ook de Mariakerk waarvan de binnentoren nog volledig is opgetrokken uit de originele zware eiken balken en waar elk uur een echte trompetteur van vlees en bloed de tijd blaast, die ook wordt uitgezonden door Radio Krakow.

Om 14.15 uur worden we met een busje afgehaald om de laatste 300 kilometers te rijden naar onze paardrijbestemming vlakbij de grens met de Oekraïne. Na een lange rit met onderweg veel ooievaars en paard en wagens, maar door een in tegenstelling tot onze voorstelling relatief welvarend Polen, komen we 's avonds eindelijk aan op de plaats van bestemming. Hier worden we welkom geheten door de houtvester Krzysztof (Christoffel) en Kazimierz, de oude jachtopziener met zijn Italiaans sprekende vrouw Monika en hun zoon. Krzysztof is hoofdparkwachter van Bilzarchy, een nationaal park van ca. 300.000 ha, waarin we morgen gaan rijden. De volgende dag is het Pinksteren. Om acht uur 's morgens is het ontbijt en daarna de indeling van de paarden. Dit zijn onvervalste huculs, een Pools ras dat in de Karpaten wordt gefokt door kruising van Poolse werkpaarden en paarden van de oude Tartaren. In feite is het een primitief ras, hier en daar zichtbaar door de aalstreep op de rug en 'zebrastrepen' op de benen. Het blijken stevige bergpaarden, met een schofthoogte van ca. 1.35 meter. Onder leiding van de zoon van de parkwachter gaan we al om 09.30u op weg. Het landschap is heuvelachtig en bedekt met de mooist denkbare kleurrijke bloemenweiden, loofbos bestaand uit olmen, beuken en elzen en doorsneden met wild stromende kronkelende beekjes. Deze natuurlijke weiden zijn uitbundig begroeid met fluitekruid en koekoeksbloemen, wilde margrieten en munt. Meikevers vliegen in grote aantallen rond. Het geheel oogt sappig groen na veel regen die vorige week was gevallen. De eerste stop is bij de Michaelskerk in Smolnik, volledig uit hout opgetrokken en daterend uit 1791. Op de wand van het kerkje ontdekken we krassen van een berenklauw. Vlakbij loopt de grens met de Oekraïne. Juist in dit weekend wordt in Polen het referendum gehouden voor wel of geen aansluiting van Polen met de E.U. en dan zou dit dus de buitengrens van de E.U. worden. Vandaag rijden we volgens het programma twee uur maar het worden er 7 Ω, een klein beetje meer dus. De vlijtige paarden voldoen uitstekend en we verheugen ons op de komende week. Bij het vallen van de duisternis horen we de roep van ransuilen die hun zojuist uitgevlogen kuikens lokken en het gekwaak van talrijke kikkers.

De volgende dag. Na het ontbijt vertrekken we uit Lutowiska en gaan oostwaarts richting Oekraïense grens en vervolgens zuidwaarts door een wisselend terrein van glooiende weiden en bos. De paardenbenen zuigen zich diep vast in de zompige leem. We steken veel riviertjes en beekjes over en zijn niet eens zover van huis als we in het bos afdrukken van berenklauwen en wolfsprenten in de modder ontwaren en zelfs een wrijfpaal met een flinke dot berenhaar. Af en toe zien we zelfs op klaarlichte dag 4 ‡ 5 stuks roodwild. Het zijn echter geen manlijke herten maar uitsluitend hindes die hun kalfjes in het lange gras hebben afgelegd tot wij zijn vertrokken en de rust weerkeert. We horen onderweg het schorre hoge gekrijs van notenkrakers en de koekoek is vrijwel voortdurend Ñin de lucht'. Hoog in het staalblauwe zwerk cirkelt zo nu en dan een schreeuwarend, maar ook de raaf en de steenarend laten zich zien. Op afgelegen plekken in het bos wordt houtskool gebrand. De arbeiders zien volledig zwart door hun ongezonde arbeid. Drie dagen lang wordt het hout gekookt en roken de beroete schoorstenen aan één stuk door. Als het klaar is wordt het in juten zakken gedaan, overal liggen grote stapels. Het heuvellandschap verandert langzaam maar zeker in echte bergen. Enorme weiden zover het oog reikt, één bonte bloemenzee, af en toe een houten kerkje of verlaten schuurtje en een spaarzaam huis. Vanaf een hoge bergkam kijken we de Oekraïne in. We worden overvallen door een weids oosters steppengevoel en wanen ons heel ver van huis. De paarden presteren fantastisch. Leeuweriken laten bijna stilstaand in de lucht hun jubelzang horen en uit het lange gras klinken voortdurend kwartelgeluiden: priteprirrrrrr, priteprirrrrr. De lucht is zwanger van miljoenen insecten in talloze soorten. Dit is natuur zoals zij zich van haar meest uitbundige zijde toont. Dit is puur, indringend, geurend, weids, prikkelend en zintuigstrelend. Het is het land waar de beer, de wolf, de wilde kat en de lynx nog veelvuldig voorkomt. Ook leven er ca. 100 wisenten in het park die opnieuw zijn geïntroduceerd. Zelfs zit ik later in de week 's avonds bij het vallen van de duisternis met mijn Duitse vriend Wolfgang, zelf ook houtvester net als onze gids, bij een beverburcht, want ook bevers en otters komen net als de forel en de rivierkreeftjes vanwege de uitstekende waterkwaliteit, hier nog heel veel voor.

Droog en zonnig. Vandaag is het droog en zonnig en we beginnen aan de langste etappe van meer dan acht uur te paard. Tijdens het ontbijt wordt Agnes, de derde bruid van Krzysztof, onze parkwachtersgids, aan ons voorgesteld. Hij is 48, zij 21. Op de kolchozen werden vroeger runderen en schapen gehouden, maar nadat zij waren opgeheven kon de natuur haar gang gaan en het gebied wordt binnenkort ook toegevoegd aan het nationale park. Op de uitgestrekte velden maken we mooie en lange galoppades over tamelijk ongelijk terrein. Ik leg alles vast op video om daar later, net als in andere jaren, weer een film van te maken. Om elf uur betreden we het oerbos, het begin van het echte park. We komen in de modder prenten tegen van wisenten. Volgens de hoogtemeter gaan we van 750 meter door het oerbos langzaam omhoog naar 1100 meter. Als we halt houden krijgen we van Krzysztof wilde knoflook te eten die hij heeft geplukt. De rust is voelbaar en indringend. Geen vliegtuig, geen enkel teken van menselijke activiteit. Wij zijn hier volkomen alleen in de uitgestrekte oneindigheid. Boven op de bergkam komen we de blauwwitte grenspalen tegen van de Oekraïne waarvan de heuvels zich voor ons ontvouwen zover het oog reikt. Een aangename wind brengt verkoeling. Hier liggen aloude smokkelroutes die nog steeds gebruikt worden. Maar ook vertelt onze gids dat in dit gebied na afloop van de tweede wereldoorlog heel wat is afgevochten tussen Poolse en Oekraïense partizanen. Hele dorpen zijn platgebrand en verdwenen. Mensen gedeporteerd of afgemaakt. Waar eens huizen hebben gestaan zijn ze heroverd en opgeslokt door de natuur. We gaan het bos weer in. Bij een riviertje worden de paarden gedrenkt en ook zelf drinken we het koele heldere water dat in kleine zilveren watervalletjes omlaag klatert. Laat in de middag komen we eindelijk aan in Wolosate, het hoofdkwartier van het park en de woonplaats van Krzysztof. Een zwarte ooievaar vliegt over. De paarden worden in de wei gezet bij het hoofdkwartier, waar ook een fokstation is. We logeren in het huis van Krzysztof. 's Avonds wordt na het eten een kampvuur ontstoken en een mooie dag wordt ten einde gezongen.

Naar het noorden. Het vertrek op woensdag is pas om tien uur en we volgen de rivier naar het noorden, soms vlak erlangs, soms steil erboven. We rijden weer door lang gras en door veelstammige elzenbossen. Onderweg zien we een bordje met een lynx erop. Misschien een wissel? Krzysztof had nog vorige week een lynx op de weg zien lopen. Een toevalstreffer want een enkel paartje lynxen heeft een territorium van ca. 10.000 ha.! De paarden zwoegen door het modderige terrein want we volgen nog steeds de rivierbedding. Bij een wel erg steile afdaling hoor ik plots iemand een benauwde kreet slaken: ÑDit gaat niet helemaal goed'! Het blijkt onze elastieken professor Ben te zijn die onverhoeds aan een grote overstekende tak is blijven hangen. Volkomen overbluft door deze onvervalste luchtacrobatiek vergeet ik bijna te filmen en sta te schuddebuiken van het lachen. Na zonderlinge capriolen hoog in de lucht, komt Ben op wonderbaarlijke wijze toch weer op zijn paard terecht omdat het zo vriendelijk is om precies onder hem verder de helling af te glijden zodat hij weer in het zadel terugkan. Dit was weer een geweldige act, Ben geheel eigen. Bij een houten chalet, een soort jeugdherberg, houden we halt voor de lunch. Daar lopen een aantal geiten rond, de lievelingsdieren van Ben. Dat de liefde wederzijds is blijkt weldra, als Ben met enkele zoutvaatjes richting jeugdherberg gaat om ze terug te brengen en wordt omringd door geiten die van de zout willen likken. In de gladde leem gaat hij vervolgens onderuit en wordt door de geiten snel en vakkundig schoongelikt. We stikken zowat van het lachen, maar houden toch wel beleefd de hand voor de mond, want tenslotte zijn we allemaal netjes opgevoed. (?) Na de lunch rijden we nog enkele uren, zien houtskoolbranders met zwarte gezichten en komen zowaar nog andere ruiters tegen.

Droomuitzicht. We brengen de nacht door in het uit enkele huizen bestaande Dwernik in een schitterend volledig uit hout opgetrokken landhuis met een droomuitzicht op de heuvels. De ruime kamers hebben berkenhouten kasten waar de schors nog aanzit. Het geheel maakt door het pure materiaal, de speciale kleuren en kunstwerkjes van touw, een Rudolf Steiner-achtige indruk en doet prettig aan.'s Avonds wordt tijdens het avondeten buiten een groot vuur gemaakt en we wanen ons in een soort 'Sound of Music' omgeving. De bijna volle maan komt te voorschijn vanachter het huis en verleent aan de nevelflarden tussen de heuvels, een mysterieuze zilvergrijze gloed. Frans, ons enige echt muzikale ZOC-lid, heeft een gitaar ontdekt in het houten huis en met zijn zoet gevooisde plezierige stem brengt hij enige Franse en Russische ballades ten gehore. Met name het Russisch trekt de aandacht van onze gastvrouw Joanna Kreszewscy, die zich intussen met een Pools echtpaar bij ons vuur heeft gevoegd. Zij neemt verlegen (hier zijn vrouwen nog verlegen) de gitaar van Frans over en zingt voor ons met intense overgave een Pools lied met zo'n heldere en zuivere stem, dat we er letterlijk stil van worden. Prachtig. Ik neem het op met de video, zodat ik passende filmmuziek heb die ik bij de latere montage goed kan gebruiken. De avond is volledig in harmonie met ons en met de omgeving. De prachtige maan, de gitaarmuziek, het knapperend kampvuur, de briesende, af en toe naar elkaar hinnikende paarden naast ons in de wei, de met mistflarden omfloerste bergruggen, alles is van een indrukwekkende harmonieuze schoonheid en het is zo'n typisch moment dat een geluksgevoel teweeg brengt. We beschouwen het als een waardig afscheid van Polen maar gelukkig hebben we nog een dag te gaan........

Laatste dag. De laatste dag te paard is nog steeds een mooie belevenis. Het is bewolkt wanneer we vertrekken om 9.45 uur. We gaan stijl omhoog het bos in. Het begint licht te regenen, maar dat houdt gelukkig snel op. Op weer zo'n weergaloos fraai weitje vol orchideeën en distels, midden in het woud, staat een vervallen houten huis. We nemen daar een schedel mee van een hert voor de zoon van Hans Rekers. In alle poeltjes in en langs de weg hebben we al veel dikkopjes en kikkers gezien, maar vandaag komen we zelfs een vuursalamander tegen waarvoor we speciaal afstijgen om hem te bewonderen. Dit is een echte grote landsalamander, zwart met gele stippen op zijn giftige huid. Het is hier zo mooi dat we een extra uur blijven. Naast de rust en de ruimte valt hier ook weer de rijkdom en veelzijdigheid op van de natuur. We zien tussen de overmaat aan gele boterbloemen en paarse cirsium waldsteinnii, een distel specifiek voor dit gebied, de witte aren van weegbree en orchis mascula. Er is een vijver, een beekje en slangetjes en hagedissen schieten weg. Overal vlinders in bonte overvloed. Om half twee dalen we af, al snel weer gevolgd door een steile klim, waarbij we bijna George en Mathieu verliezen in het bos als zij de weg kwijt zijn. Door inmiddels bekende weiden, ook weer stikvol orchideeën, komen we om drie uur terug bij de thuisbasis waar Kazimierz de paarden overnemen. De GSM werkt hier weer, na 5 dagen zonder. Jammer!

's Avonds volgt het echte afscheid van paarden en Bieszczady met een overheerlijke barbecue bestaand uit verse forel en heerlijk vlees. Het geheel wordt overvloedig besprenkeld en doorgespoeld met wodka. Het ondeugende doorgroefde gelaat van Kazimierz, de oude jachtopziener, verraadt dat hij het bijzonder naar zijn zin heeft als hij zonder ophouden en met grote aandrang de glaasjes blijft vullen. Als hij tenslotte met luide barse stem enkele onvervalste Oekraïense volksliederen ten gehore gaat brengen en onze voorzitter Mathieu zijn tafelrede houdt, pinken wij allemaal een traan weg want ons Poolse avontuur is nu echt ten einde.

Reisverhaal van: H. Rademakers

ga naar boven

Zoek snel...

Ruiterreizen in beeld

Reisbrochure bekijken

Vaste klantenkaart

Spaar mee voor hoge kortingen op onze ruiterreizen...
Lees meer over de 'vaste klantenkaart'...

Ruiterreizigers forum

Vind een reisgenoot of vraag informatie aan andere ruiter reizigers. Bezoek het ruiterreizigers forum...