Reisverhalen over onze ruiterreizen

India - Theeplantages van Assam

Rijden en leven als een theebaron

-Te paard door Indiase theetuinen

Ooit gehoord van Dibrugarh? Dat is de tweede stad van Assam, na Guwahati. Als er nog steeds geen belletje rinkelt: we hebben het over India, en wel het uiterste noordoosten daarvan. Hier stroomt de Brahmaputra, die zijn oorsprong vind in Tibet. Waar deze mythische rivier de Himalaya verlaat, waaiert hij uit in een uitgestrekte vlakte, omgeven door golvend heuvelland en tropische jungle. Dat is Assam.

Dibrugarh is mijn eerste kennismaking met Assam. Het ligt op de oever van de Brahmaputra, temidden van grote theeplantages. De stad gonst van de bedrijvigheid. De straten zijn gevuld met fietsen, riksja's, uitbundig versierde vrachtwagens, koeien, geiten en vrouwen in felgekleurde sari's. Marktkooplui wedijveren om onze aandacht met saffraan, cardamom of waterpijpen.

Chang-bungalow
Na een paar uur onderdompeling in deze typisch Indiase hectiek stappen we nietsvermoedend in de jeep van mijn gastheer. We rijden de stad uit, richting ons hotel in het dorpje Jalan Nagar. De jeep verlaat het asfalt, gaat door een smeedijzeren poort en duikt een groene tunnel van ineengegroeide bomen in.

Het eerste dat ik zie als ik uitstap, is een paar rustieke luie stoelen op een terras, onder een afdak op massieve hardhouten pilaren. Het tweede zijn de stralende gezichten van het personeel. Herojit, de manager, loodst ons recht naar de luie stoelen, van waaruit we uitkijken over de prachtig onderhouden, schaduwrijke Engelse tuin. Het rumoer van de stad gonst nog na in mijn oren, maar maakt langzaam plaats voor de zang van buulbuuls en Indiase wielewalen. In de verte klinken de gedempte stemmen van theepluksters, die de first flush van de struiken halen.

Boven mij hoor ik voetstappen op houten vloeren. Nu pas dringt het tot me door dat ik mij onder een huis op palen bevind. Herojit vertelt er vol trots over. Deze zogenaamde Chang-bungalow is 157 jaar oud, en één van de fraaiste in zijn soort. Begin negentiende eeuw woonden alle theeplanters en andere vooraanstaande lieden hier in dergelijke huizen. Op vier of vijf meter hoogte, en daardoor gevrijwaard van onplezierige ontmoetingen met de wilde fauna. "Er moesten wilde olifanten onderdoor kunnen lopen", zegt Herojit. Later vertelt hij dat het nog steeds voorkomt dat wilde olifanten 's nachts de theeplantages bezoeken - maar ook grote koningscobra's en zelfs tijgers. In Assam is de jungle nooit ver weg.

Als Herojit ons rondleidt is het alsof we de set van een negentiende eeuwse film oplopen. Alles ademt de sfeer van oude, landelijke luxe. De massieve vloeren ademen anderhalve eeuw boenwas. Het meubilair is van tropisch hardhout, gemaakt voor de eeuwigheid. De komende dagen gaan we dromen tussen zijden lakens en zullen we gewekt worden met bed tea in zware zilveren theepotten. "Dat koloniale leven was zo slecht nog niet...", mompel ik. Herojit glimlacht beleefd, maar kan niet nalaten me te corrigeren: "Laten we zeggen: het plantersleven. Maar wel van een Indiase planter. Deze plantage heeft vanaf het begin toebehoord aan een Indiase familie." De betovergrootvader van de huidige eigenaar, Manoj Jalan, was één van de eerste theeplanters in Assam.

Paardenpassie
De volgende ochtend rijden we naar de stallen. Mijn tochtgenoten zijn pikeur Jitender, gids Sandeep en twee Amerikaanse gasten, Michael en Karen. Het is nog vroeg. Het in schuine banen invallende zonlicht verdampt de dauw op de theestruiken tot een fijne nevel. Een familie apen kijkt ons vanachter een boomstam met grote ogen na.

De halfopen stallen zijn keurig schoon en de tuigage is nagenoeg nieuw. Opzadelen doet een theeplanter uiteraard niet zelf, evenmin als borstelen. Daar heb je personeel voor, en dat verstaat zijn vak. De paarden staan te glimmen, het zijn voor stuk voor stuk prachtige Engelse volbloeds. Plaatjes om te zien. Temperamentvol, met gortdroog beenwerk, strak getraind en zonder een grammetje vet. Karen kiest voor rustig aan en bestijgt de enige uitzondering op deze regel: de Haflinger Hajo.

De eerste uren rijden we door de lommerrijke theetuinen. Nu pas wordt me duidelijk hoe uitgestrekt deze zijn, ze zijn zo groot als een Nederlands natuurgebied. De in lange banen geplante theestruiken zijn aan de bovenkant strak afgeschoren, op plukhoogte. Daartussen groeien op regelmatige afstanden geplaatste acacia's. Deze beschermen de theeplanten tegen de subtropische zon, vertelt Sandeep, en brengen bovendien extra stikstof in de bodem. De aanleg van de plantage mag rationeel zijn, het resultaat is een idyllisch parklandschap, een plaats van stille schoonheid en perfecte kalmte.

's Middags worden we op de thee gevraagd bij Manoj Jalan. Het loopt al tegen zessen, dus de thee wordt whisky. Terwijl de bediende de één na de andere kruidige Indiase versnapering presenteert, wil Jalan tot in details onze ervaringen weten, en of het beter kan. Over de thee business is hij kort. Liever praat hij over zijn passie: paarden. Hij is ondervoorzitter van de Ruiterfederatie van Assam. Enkele jaren geleden wist hij de nationale kampioenschappen endurance naar Dibrugarh te halen. Dat is de paardenversie van marathonlopen. Enkele van de paarden die wij berijden, hebben voor India deelgenomen aan internationale wedstrijden.

Een bonk spieren
Twee dagen rijden we tussen de thee, door rijstvelden en halfopen jungle. Tegen lunchtijd duikt steevast een gedekte picknicktafel op, meestal op een afgelegen maar idyllische plaats. Het is bijna gênant. Wilt u thee, koffie of frisdrank? Terwijl wij een - warme! - maaltijd verorberen in de schaduw van een grote banjanboom, krijgen de paarden water en worden ze zo nodig drooggestapt.

Op dag drie verruilen we de paarden voor olifanten. Dat is even wennen, met zijn drieën in een soort amazonezit op zo'n wiegend platform. Maar het is de beste manier om het nabijgelegen Kaziranga Nationaal Park te verkennen. Het park is vooral bekend om zijn Indiase neushoorns, maar we zien ook moerasherten, wilde buffels en wilde olifanten.

De volgende dag gaan we weer te paard, en deze keer een stuk verder. Via smalle paadjes en over lage dijkjes rijden we naar de oever van de Brahmaputra. Jitendar rijdt een ongedurige vos, de enige hengst in het gezelschap. Net als de andere paarden, is hij ondanks zijn temperament niet schrikachtig. Als we een drukke weg oversteken, is de hengst niet onder de indruk van de langsrazende vrachtauto's. Deze prachtige brok spieren heeft vandaag iets anders aan zijn hoofd: merries. Toevallig berijd ik de enige paardendame in het gezelschap. Als ik achterblijf om een foto te maken, gaat de hengst helemaal uit zijn dak.

Om ons heen gaat het landelijke leven zijn gang. Mensen zijn bezig in de rijstvelden of vissen in kleine poelen en dode riviertakken. Kinderen hoeden waterbuffels en geiten, maar laten deze in de steek om ons achterna te rennen terwijl ze de longen uit hun lijf schreeuwen: "Namasté, namastééééé!!" Hier zijn wij de attractie.

Als we de Brahmaputra bereiken, worden alle paarden wat ongedurig, de hengst danst voor ons uit. De rivier is enorm, het lijkt wel een zee. Voor ons strekt zich een eindeloos, breed zandstrand uit. Dat ligt er niet voor niets, en Jitendar zet een rustig handgalopje in. Maar de hengst vindt dit gehobbel helemaal niks. Uiteindelijk geeft Jitender hem de vrije teugel. De vos stuift er in een witte stofwolk tussenuit. En dan blijkt dat alle paarden de snelheid in hun genen hebben, alleen Hajo en Karen hebben het nakijken. Terwijl Michael naast me voortraast, kijkt hij me aan. De wind perst tranen uit zijn ogen, maar hij glundert: "Tomorrow again!"

Verhaal: Jan Knaapen
ROS Magazine, uitgave januari/februari 2008

Meer verhalen over deze reis...

ga naar boven

Zoek snel...

Ruiterreizen in beeld

Reisbrochure bekijken

Vaste klantenkaart

Spaar mee voor hoge kortingen op onze ruiterreizen...
Lees meer over de 'vaste klantenkaart'...

Ruiterreizigers forum

Vind een reisgenoot of vraag informatie aan andere ruiter reizigers. Bezoek het ruiterreizigers forum...